ECLI:NL:RBDHA:2023:4328
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning regulier op grond van artikel 8 EVRM wegens ontbreken mvv en geldig paspoort
Eiser, geboren in 1967 en met de Surinaamse nationaliteit, heeft sinds 1988 in Nederland verbleven, maar werd in 1999 uitgezet en keerde direct terug. Hij diende op 4 mei 2022 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder het privéleven op grond van artikel 8 EVRM Pro. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiser niet beschikte over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en een geldig paspoort.
Eiser maakte bezwaar en stelde dat verweerder meer aandacht had moeten besteden aan de bijzondere situatie van oud-Nederlanders uit Suriname die langdurig in Nederland verblijven. De rechtbank oordeelde dat deze grond onvoldoende was geconcretiseerd en dat eiser niet had aangetoond dat hij onafgebroken in Nederland verbleef of zijn privé- en familieleven had onderbouwd.
Daarnaast verwees eiser naar een brief van het Surinaamse Consulaat waarin werd gesteld dat een reisdocument pas kan worden afgegeven als verweerder de legalisering van zijn verblijf in Nederland heeft onderzocht. De rechtbank stelde vast dat verweerder zich voldoende had ingespannen om aan de voorwaarden te voldoen, maar dat eiser niet meewerkte, waardoor geen noodpaspoort kon worden verstrekt.
Eiser en zijn gemachtigde waren niet aanwezig bij de zitting en hadden zich afgemeld. De rechtbank wees het beroep ongegrond en zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag verblijfsvergunning is ongegrond verklaard.