Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam 1], eiseres, V-nummer: [nummer]
[naam 2]
Rechtbank Den Haag
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar asielaanvraag van 2 februari 2022. Tijdens de procedure heeft de staatssecretaris alsnog het besluit genomen en de asielaanvraag op 9 maart 2023 ingewilligd. Hierdoor is het beroep tegen het niet tijdig beslissen kennelijk niet-ontvankelijk geworden omdat het procesbelang is komen te vervallen.
De rechtbank overweegt dat ondanks de niet-ontvankelijkheid van het beroep, de staatssecretaris kan worden veroordeeld tot vergoeding van de door eiseres gemaakte proceskosten. Dit volgt uit vaste jurisprudentie, omdat de verweerder het beroep heeft gehonoreerd door alsnog een besluit te nemen.
De proceskosten worden vastgesteld op €418,50, gebaseerd op het Besluit proceskosten bestuursrecht en de lichte wegingsfactor vanwege de beperkte aard van het geschil, dat uitsluitend betrekking heeft op het niet tijdig beslissen. De rechtbank veroordeelt de staatssecretaris tot betaling van dit bedrag aan eiseres.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen wordt niet-ontvankelijk verklaard en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van €418,50 aan proceskosten.