ECLI:NL:RBDHA:2023:4239
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten weigering asielaanvragen op grond van Dublinverordening wegens onvoldoende motivering
Eisers, Iraanse staatsburgers, dienden in december 2022 asielaanvragen in Nederland in. Verweerder besloot deze niet in behandeling te nemen omdat Slovenië verantwoordelijk zou zijn op grond van artikel 12, tweede lid, van de Dublinverordening, omdat eisers in het bezit waren van een geldig Sloveens visum.
Eisers stelden dat zij vanwege borgstellingsvoorwaarden verbonden aan hun Sloveense visum geen asiel in Slovenië konden aanvragen zonder ernstige persoonlijke en financiële gevolgen. Verweerder heeft deze omstandigheden niet adequaat beoordeeld bij de vraag of Nederland op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening de asielaanvragen aan zich had moeten trekken.
De rechtbank oordeelde dat verweerder de aangevoerde bijzondere omstandigheden onvoldoende heeft gemotiveerd en daardoor de besluiten onvoldoende onderbouwd zijn. De beroepen van eisers zijn gegrond verklaard, de bestreden besluiten vernietigd en verweerder opgedragen nieuwe besluiten te nemen met inachtneming van deze uitspraak.
De rechtbank wees de verzoeken om voorlopige voorziening af, maar stelde vast dat eisers procedureel verblijf behouden tot nieuwe besluiten zijn genomen. Verweerder is veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eisers.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de besluiten en draagt verweerder op nieuwe besluiten te nemen met inachtneming van de bijzondere omstandigheden onder artikel 17 van de Dublinverordening.