ECLI:NL:RBDHA:2023:4235

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
23 maart 2023
Publicatiedatum
29 maart 2023
Zaaknummer
NL23.3796
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbArt. 6:12 Awb
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding bij prematuur ingediend beroep tegen niet tijdig beslissen

Verzoeker stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen op zijn bezwaar tegen de afwijzing van een aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf. Nadat verweerder het bezwaar gegrond verklaarde, trok verzoeker het beroep in en vroeg om vergoeding van proceskosten.

De rechtbank overwoog dat het beroepschrift te vroeg was ingediend, namelijk binnen twee weken na ingebrekestelling, terwijl de termijn van twee weken nog niet verstreken was. Hierdoor zou het beroep niet-ontvankelijk zijn verklaard als het niet was ingetrokken.

Op grond hiervan wees de rechtbank het verzoek om proceskostenvergoeding af als kennelijk ongegrond. De uitspraak werd gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.

Uitkomst: Het verzoek om vergoeding van proceskosten wordt afgewezen omdat het beroep prematuur was ingediend en niet ontvankelijk zou zijn geweest.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.3796

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam] , verzoeker

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. M.H. Steenbergen),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Verzoeker heeft op 7 februari 2023 beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op zijn bezwaar van 15 juli 2022 tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf.
Bij besluit van 28 februari 2023 heeft verweerder het bezwaar van verzoeker gegrond verklaard.
Verzoeker heeft het beroep ingetrokken en daarbij verzocht om verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
2. Verzoeker heeft verweerder op 31 januari 2023 in gebreke gesteld. Verweerder heeft deze op 1 februari 2023 ontvangen. Ingevolge artikel 6:12, tweede lid en onder b, van de Awb kan een beroepschrift worden ingediend zodra twee weken zijn verstreken na de dag waarop de belanghebbende het bestuursorgaan schriftelijk in gebreke heeft gesteld.
In dit geval ving de termijn aan op 1 februari 2023 en viel de laatste dag van deze termijn op 15 februari 2023. Het beroepschrift is ingediend op 7 februari 2023. De termijn van twee weken was toen nog niet verstreken. Het beroepschrift is dus te vroeg ingediend. De rechtbank zou het beroep daarom niet-ontvankelijk hebben verklaard als het niet was ingetrokken. Hieruit volgt dat het verzoek van verzoeker om verweerder te veroordelen in de proceskosten niet voor inwilliging in aanmerking komt.
3. De rechtbank wijst het verzoek af als kennelijk ongegrond.

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van mr. W. van Loon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.