ECLI:NL:RBDHA:2023:4235
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding bij prematuur ingediend beroep tegen niet tijdig beslissen
Verzoeker stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen op zijn bezwaar tegen de afwijzing van een aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf. Nadat verweerder het bezwaar gegrond verklaarde, trok verzoeker het beroep in en vroeg om vergoeding van proceskosten.
De rechtbank overwoog dat het beroepschrift te vroeg was ingediend, namelijk binnen twee weken na ingebrekestelling, terwijl de termijn van twee weken nog niet verstreken was. Hierdoor zou het beroep niet-ontvankelijk zijn verklaard als het niet was ingetrokken.
Op grond hiervan wees de rechtbank het verzoek om proceskostenvergoeding af als kennelijk ongegrond. De uitspraak werd gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het verzoek om vergoeding van proceskosten wordt afgewezen omdat het beroep prematuur was ingediend en niet ontvankelijk zou zijn geweest.