ECLI:NL:RBDHA:2023:4232
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens te laat ingesteld beroep tegen intrekking verblijfsvergunning
Eiser, houder van de Ivoriaanse nationaliteit, diende in 2012 een aanvraag in voor verlening van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd, welke werd afgewezen. Tevens werd zijn verblijfsvergunning voor bepaalde tijd ingetrokken. Pas in januari 2022 maakte eiser bezwaar tegen deze besluiten, wat door verweerder niet-ontvankelijk werd verklaard vanwege overschrijding van de bezwaar- en beroepsperiode.
Eiser stelde in beroep dat hij door ontvoering en ziekte tijdens een vakantie in Ghana niet eerder bezwaar kon maken. De rechtbank oordeelde dat deze verklaring onvoldoende werd onderbouwd en dat het risico van het te laat indienen voor rekening van eiser komt, mede omdat hij vrijwillig naar Ghana was vertrokken.
De rechtbank overwoog dat het bezwaar onrechtmatig was ingediend en dat het beroep tegen het bestreden besluit niet-ontvankelijk is. Gezien het ontbreken van een verschoonbare reden werd het beroep afgewezen. De rechtbank wees een proceskostenveroordeling af.
De uitspraak werd gedaan door rechter E.F. Bethlehem en griffier E.C. Jacobs en is openbaar gemaakt op 23 maart 2023. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening zonder verschoonbare reden.