ECLI:NL:RBDHA:2023:4190
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verlenging ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing minderjarigen in gezinshuis
De zaak betreft een verzoek van Stichting Jeugdbescherming West Haaglanden tot verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van twee minderjarigen, geboren in 2006 en 2008, die feitelijk verblijven in een gezinshuis. De ouders zijn gescheiden en gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag. De kinderrechter had eerder op 17 maart 2022 een ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing verleend voor de periode van één jaar.
De minderjarigen hebben hun draai gevonden in het gezinshuis. De oudste heeft een traumabehandeling afgerond en staat op een wachtlijst voor behandeling van haar autismespectrumstoornis. De jongste heeft geen behandeling, maar onderhoudt wekelijks contact met een maatje. Het contact met de moeder is wisselend door spanningen in de thuissituatie. Het woonperspectief is een combinatie van verblijf in het gezinshuis en gedeeltelijk bij de vader.
De kinderrechter oordeelt dat de gronden voor ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing nog aanwezig zijn. De bedreigingen in de ontwikkeling van de minderjarigen zijn concreet en de verlenging is noodzakelijk om de betrokkenheid van de jeugdbeschermer en de continuering van de hulpverlening te waarborgen. De machtiging tot uithuisplaatsing wordt verlengd om het verblijf in het gezinshuis te garanderen.
De beschikking is mondeling gegeven op 16 maart 2023 en schriftelijk vastgesteld op 28 maart 2023. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na dagtekening door de verzoeker en belanghebbenden.
Uitkomst: De ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarigen worden verlengd tot 21 maart 2024.