Uitspraak
1.ECLI:NL:RVS:2021:2530.
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Marokkaanse vreemdeling met een verlopen paspoort, werd door verweerder in bewaring gesteld op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde dat de bewaring onrechtmatig was omdat hij procedureel rechtmatig verblijf zou hebben op grond van een nog hangende hogerberoepsprocedure volgens het Chavez-Vilchez-criterium. De rechtbank oordeelde dat het instellen van hoger beroep geen rechtmatig verblijf oplevert nadat de aanvraag is afgewezen, en dat eiser terecht als onrechtmatig verblijvend is aangemerkt.
Verweerder motiveerde de bewaring met het risico dat eiser zich aan toezicht zou onttrekken en de uitzettingsprocedure zou ontwijken, waarbij zware en lichte gronden werden genoemd die door eiser niet werden betwist. Het feit dat eiser een verlopen paspoort heeft en de Koninklijke Marechaussee bevestigde dat uitzetting op basis daarvan mogelijk is, maakte het ontbreken van een laissez passer irrelevant.
Eiser voerde aan dat een lichter middel dan bewaring had moeten worden toegepast, maar de rechtbank vond de motivering van verweerder, waaronder de medische situatie van eiser en zijn gezinssituatie, voldoende. De rechtbank concludeerde dat de maatregel niet onrechtmatig was en wees het beroep en het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.