ECLI:NL:RBDHA:2023:3961
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser, een Gambiaanse staatsburger, diende een asielaanvraag in Nederland in, maar deze werd niet in behandeling genomen omdat Zwitserland volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Zwitserland had het verzoek tot overname geaccepteerd. Eiser voerde aan dat hij in Zwitserland slachtoffer was van mensenhandel en seksueel misbruik en dat hij ernstige psychische klachten had, waardoor Nederland zijn aanvraag onverplicht zou moeten behandelen.
De rechtbank oordeelde dat het niet uitmaakt dat eiser geen intentie had om in Zwitserland asiel aan te vragen; de Dublincriteria bepalen de verantwoordelijke lidstaat. Eiser slaagde er niet in aannemelijk te maken dat hij bij overdracht aan Zwitserland een reëel risico loopt op onmenselijke of vernederende behandeling. Zijn psychische klachten waren onvoldoende onderbouwd met medische stukken en het interstatelijk vertrouwensbeginsel rechtvaardigt het uitgangspunt dat Zwitserland zijn verplichtingen nakomt.
Daarnaast stelde eiser dat hem geen medisch onderzoek was aangeboden voorafgaand aan het aanmeldgehoor. De rechtbank stelde dat in de Dublinprocedure geen standaard medisch advies wordt gegeven tenzij er aanleiding is, en dat verweerder in dit geval terecht geen medisch onderzoek had aangeboden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.