ECLI:NL:RBDHA:2023:3808
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing maatregel van bewaring wegens onvoldoende voortvarendheid staatssecretaris bij uitzetting
Eiser was onderworpen aan een maatregel van bewaring opgelegd door de staatssecretaris op grond van de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank toetste de voortzetting van deze maatregel en concludeerde dat de staatssecretaris onvoldoende voortvarend handelde bij de uitzetting van eiser.
De rechtbank stelde vast dat een geplande presentatie bij de Marokkaanse autoriteiten op 15 februari 2023 niet doorging omdat eiser niet tijdig was geïnformeerd. Hierdoor kon eiser niet verschijnen, waardoor de presentatie niet als vertrekhandeling kon worden aangemerkt. Dit leidde tot het oordeel dat de staatssecretaris onvoldoende voortvarend was in de uitvoering van de maatregel.
Hoewel op 16 februari 2023 een vertrekgesprek plaatsvond, compenseerde dit niet het ontbreken van de presentatie. De maatregel werd daarom met ingang van 15 februari 2023 onrechtmatig geacht. De rechtbank beval de opheffing van de maatregel, kende een schadevergoeding van €3.600 toe voor 36 dagen onrechtmatige vrijheidsontneming en veroordeelde de staatssecretaris tot betaling van proceskosten van €1.674.
Uitkomst: De maatregel van bewaring wordt opgeheven wegens onvoldoende voortvarendheid van de staatssecretaris, met toekenning van schadevergoeding en proceskosten aan eiser.