ECLI:NL:RBDHA:2023:378
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure wegens Dublin-verantwoordelijkheid Bulgarije
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft deze aanvraag niet in behandeling genomen omdat Bulgarije verantwoordelijk is voor de behandeling van het asielverzoek, conform de Dublin-verordening. Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en tevens een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met het beroep op 5 januari 2023 behandeld. Verzoeker was aanwezig met zijn gemachtigde en een tolk. De gemachtigde van de verweerder was eveneens aanwezig. De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat nu de rechtbank op het beroep uitspraak heeft gedaan, een voorlopige voorziening niet langer nodig is.
Daarom is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is openbaar gedaan op 13 januari 2023 en tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de Dublin-verantwoordelijkheid bij Bulgarije ligt.