ECLI:NL:RBDHA:2023:3775
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen recht op kinderopvangtoeslag wegens uitschrijving uit de Basisregistratie Personen
Eiser ontving een voorschot kinderopvangtoeslag voor 2020, dat na uitschrijving uit het Brp per 4 mei 2020 werd stopgezet. Verweerder vorderde het teveel ontvangen bedrag terug. Eiser betoogde dat het bedrag via zijn ex-echtgenote voor kinderopvang werd gebruikt en dat terugvordering onredelijk is.
De rechtbank oordeelde dat de wet dwingend voorschrijft dat ouder en kind op hetzelfde adres moeten staan ingeschreven, tenzij sprake is van co-ouderschap, wat hier niet het geval was. Verweerder handelde terecht door de toeslag stop te zetten en terug te vorderen.
De rechtbank overwoog dat de door eiser aangevoerde omstandigheden, zoals doorbetaling aan de ex-echtgenote en betaling van andere kosten, geen bijzondere omstandigheden vormen die matiging van de terugvordering rechtvaardigen. De terugvordering is daarom niet gematigd.
Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van kinderopvangtoeslag blijft in stand.