ECLI:NL:RBDHA:2023:3751
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens kennelijk ongegronde verklaringen over eerwraak en dienstplicht
Eiser, een Egyptische nationaliteithebbende, verzocht asiel in Nederland met als grond dat hij zich onttrokken had aan de dienstplicht in Egypte en bedreigd werd door de familie van een meisje dat hij zwanger had gemaakt. Verweerder achtte zijn identiteit en dienstplicht geloofwaardig, maar verwierp de bedreigingen wegens tegenstrijdigheden in het relaas.
De rechtbank stelde vast dat eiser meerdere keren inconsistent verklaarde over bedreigingen, het aantal bedreigingen en de tijdstippen daarvan. Ook zijn verklaring over een vermeende moord op het meisje werd niet geloofd. Verweerder baseerde zich op het algemeen ambtsbericht Egypte 2021, waaruit bleek dat dienstweigering leidt tot een geldboete of gevangenisstraf, maar niet tot een onevenredige of discriminatoire bestraffing.
Eiser voerde dat hij het voordeel van de twijfel moest krijgen, maar de rechtbank vond dat verweerder terecht zijn verklaringen als tegenstrijdig beoordeelde. De asielaanvraag werd daarom afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 30b van de Vreemdelingenwet 2000. Het beroep werd ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag als kennelijk ongegrond.