Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2023:3719

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
1 maart 2023
Publicatiedatum
22 maart 2023
Zaaknummer
C/09/643249
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:4 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek zorgmachtiging wegens voldoende vrijwillige zorg en verbetering betrokkene

De rechtbank Den Haag behandelde op 1 maart 2023 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene, die leed aan een ongespecificeerde psychotische stoornis met paranoïde waansysteem. Betrokkene had een moeilijke periode doorgemaakt met ernstige psychische en maatschappelijke problemen, waaronder een crisisopname en medicatiewijzigingen.

Tijdens de zitting verklaarde betrokkene dat het beter gaat en dat hij vrijwillig meewerkt aan de zorg. De advocaat voerde aan dat er geen sprake meer is van ernstig nadeel en dat de zorgmachtiging niet als ultimum remedium mag worden ingezet als stok achter de deur. De arts bevestigde de recente aanzienlijke verbetering sinds medicatiewijziging en gaf aan dat de zorg nu grotendeels vrijwillig verloopt.

De rechtbank concludeerde dat er voldoende vertrouwen is in de bereidheid van betrokkene om vrijwillig mee te werken en dat er geen juridische grond is om de zorgmachtiging toe te kennen. Het verzoek werd daarom afgewezen. Betrokkene blijft nog tien dagen in de instelling en zal daarna ambulante zorg accepteren.

Uitkomst: Het verzoek tot verlening van een zorgmachtiging wordt afgewezen omdat betrokkene vrijwillig meewerkt en geen ernstig nadeel meer ondervindt.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/643249 / FA RK 23-1328
Datum beschikking: 1 maart 2023

Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg

Beschikkingnaar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene] ,
hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedag] 1971 te [geboorteplaats]
wonende te [woonplaats] ,
advocaat: mr. N.J. Batelaan te 's-Gravenhage.

ProcesverloopBij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 23 februari 2023, heeft de officier van justitie verzocht om een zorgmachtiging.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- een op 10 januari 2023 ondertekende medische verklaring van [psychiater 1] die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij zijn behandeling betrokken was;
- een aanvullende medische verklaring van 22 februari 2023 van [psychiater 2] . die betrokkene heeft gesproken na kennisneming van de oorspronkelijke medische verklaring van 10 januari 2023;
- een zorgkaart ondertekend door betrokkene op 15 februari 2023 en door de zorgverantwoordelijk op 23 februari 2023;
- een zorgplan van 10 januari 2023, aangepast op 23 februari 2023;
- de bevindingen van de geneesheer-directeur van 23 februari 2023;
- een uittreksel uit de justitiële documentatie waaruit blijkt, dat betrokkene daarin onbekend is.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 1 maart 2023. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- de [arts] ;
- de [verpleegkundige]
Omdat een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht door de officier van justitie, is de officier van justitie niet gehoord.

Standpunten ter zitting

Betrokkene heeft verklaard dat het goed gaat en dat hij zich een ander mens voelt door de veranderde medicatie en de opname. Betrokkene realiseert zich dat hij overschrijdende gedachten heeft gehad. Hij heeft nu gerichte vrijheden en moet weer rond het avondeten terug zijn in de instelling. Betrokkene wil met de ambulante zorgverleners meewerken. Hij zal nog tien dagen in de instelling blijven, ook als er geen zorgmachtiging wordt verleend. Als de zorgmachtiging wordt verleend, vind betrokkene dat oké, maar hij kan ook zonder.
De advocaat heeft ter zitting afwijzing van het verzoek bepleit. Er is geen sprake meer van ernstig nadeel. De advocaat wijst er ook op dat er geen sprake is van maatschappelijke teloorgang. Betrokkene ontvangt inmiddels een uitkering. Betrokkene is prima in de omgang en praat coherent. Hij heeft tijdens de opname grote stappen gemaakt en dat is voor iemand die bekend is met Asperger heel knap. Dat was ook de reden dat de vorige zorgmachtiging is verleend voor de duur van één maand. De arts had toen gezegd dat er nog maar twee of drie weken nodig zou zijn voor de verplichte behandeling. De zorgmachtiging is bedoeld als een ultimum remedium en niet als stok achter de deur. Betrokkene heeft een hele lastige tijd doorgemaakt de afgelopen twee jaar, waarin hij te kampen kreeg met leukemie, een burn- out en een echtscheiding. Hij heeft hard gewerkt aan zijn herstel en het gaat nu goed.
Mocht de rechtbank oordelen dat er nog wel sprake is van ernstig nadeel, dan zal betrokkene vrijwillig met de zorg meewerken en de afspraken nakomen. Betrokkene had destijds gemotiveerd bezwaar gemaakt tegen de medicatie. Er waren teveel bijwerkingen. Het was niet zo dat hij de medicatie niet wilde nemen. Hij committeert zich er nu wel aan. Betrokkene wil op enig moment de medicatie wel afbouwen maar zolang de arts dat niet verstandig vindt, zal hij zich blijven committeren. Hij heeft nu vrijheden en maakt daar goed gebruik van. Hij houdt zich aan de met hem gemaakte afspraken en komt op tijd weer terug. Betrokkene slaapt op het ogenblik alleen in de instelling en heeft geen psychoses meer. Hij zegt zelf dat hij baat heeft gehad bij de opname en hij heeft inmiddels ook weer goed contact met zijn ex-partner en zijn zoontje. Zijn situatie is sinds de gedwongen opname echt verbeterd en er hoeft geen verplichte zorg meer te worden opgelegd. Hij gaat vrijwillig meewerken aan zijn behandeling.
De arts heeft bevestigd dat het sinds anderhalve week flink beter gaat met betrokkene. In korte tijd is er veel ten goede veranderd. Voordat deze verbetering intrad, was er veel weerstand tegen de opname en alle medicatie. Betrokkene is anderhalve week geleden geswitched van medicatie en sindsdien wordt de forse verbetering gezien. Betrokkene merkt dat zelf ook en kan reflecteren op zijn eerdere gedachten. De samenwerking gaat heel goed. Hij heeft al kennisgemaakt met het wijkteam voor nazorg. Over de noodzaak van een zorgmachtiging bestaat twijfel. Omdat het beeld nu zoveel beter is en het nu bereikte evenwicht fragiel is, wordt de machtiging verzocht als stok achter de deur. Er is inmiddels contact gelegd met de ambulante behandelaar en dat lijkt positief. Grotendeels gaat de zorgverlening hier nu vrijwillig en gaat het goed. Het is begrijpelijk dat door de advocaat naar de grote verbeteringen wordt gekeken en die worden onderschreven. Maar het is de vraag hoe het zal gaan als betrokkene niet langer in de gestructureerde omgeving van de kliniek verblijft en de prikkels van thuis en de buitenwereld moet opvangen. De arts wil voorkomen dat als het thuis niet lukt er weer een crisisdienst aan te pas moet komen. Met een zorgmachtiging kan dat voorkomen worden.
Het ernstig nadeel zag de arts als behandelaar van betrokkene nog in maatschappelijke teloorgang, maar gezegd moet worden dat inmiddels een maatschappelijk werker is ingezet en betrokkene wordt geholpen met zijn rekeningen. Ook met het contact met zijn moeder, ex-partner en zoontje gaat het nu beter. De verwachting is dat betrokkene de medicatie wel zal blijven innemen en nazorg zal accepteren. Maar mocht het misgaan, dat is het goed om een zorgmachtiging te hebben. De vrijheden zijn sinds gisteren volledig wat inhoudt dat de kliniek alleen wil weten wanneer betrokkene terug zal zijn. Tot gisteren had betrokkene vrijheden van drie keer twee uur. Betrokkene gaat goed om met deze vrijheden en hij is altijd op tijd terug.
Met betrokkene is besproken dat de verwachting is dat de opname nog tien dagen zal duren om te kunnen monitoren hoe betrokkene reageert op de switch en verhoging van de dosering van de medicatie en of hij daarvan nog bijwerkingen heeft.

Beoordeling

Op 1 februari 2023 is door de rechtbank een zorgmachtiging verleend tot en met 1 maart 2023.
Uit de overgelegde stukken is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten een ongespecificeerde psychotische stoornis met een paranoïde waansysteem.
Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in:
- ernstige psychische schade;
- ernstige financiële schade;
- maatschappelijke teloorgang.
Betrokkene verkeerde in psychotische toestand en was ervan overtuigd dat er via het huis van zijn buren stralingen in zijn huis waren. Ook vreesde hij stralingsschade bij zijn moeder thuis. Hij bleek sinds een jaar geen brieven, waaronder onbetaalde rekeningen en aanmaningen, meer geopend te hebben en liep een risico om zijn huis kwijt te raken. Hij was al zonder werk komen te zitten. Ook stond hij op het punt om onverzekerd te raken en had hij door woede-aanvallen sinds een jaar geen contact meer met zijn zoon. Betrokkene raakte ook angstig als zijn moeder niet stipt om 20:00 uur de telefoon opnam om te laten horen dat ze nog leefde. Betrokkene vreesde dan dat een stralingswapen haar ziek had gemaakt. Er volgde een crisisopname op 23 december 2022 en er werd met medicatie gestart. Aanvankelijk volgde een bescheiden verbetering maar sinds anderhalve week is er, na veranderde (dosering van de) medicatie, een opmerkelijk grote verbetering te zien. Dit herstel is echter nog pril en kwetsbaar.
Om het ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren, de geestelijke gezondheid van betrokkene te herstellen zodanig dat hij zijn autonomie zoveel mogelijk herwint en de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig.
Gebleken is dat er mogelijkheden zijn voor passende zorg op vrijwillige basis en de arts heeft uitgesproken dat de behandeling op dit moment grotendeels in goede samenwerking en op basis van vrijwilligheid lukt. Er zijn geen momenten aangevoerd dat die samenwerking niet voldoende is om het ernstig nadeel te ondervangen. Het graag hebben van een stok achter de deur voor als het eventueel niet goed meer loopt in de samenwerking met betrokkene of met de noodzakelijke behandeling van betrokkene is begrijpelijk als reden om toch een zorgmachtiging te verzoeken, maar is geen juridische grond om het verzoek te kunnen toewijzen. De rechtbank heeft voldoende vertrouwen in de bereidheid van betrokkene om vrijwillig mee te werken aan behandeling. Om die reden is er geen verplichte zorg nodig. Het verzoek zal om die reden worden afgewezen.
De rechtbank wijst er ten overvloede op dat betrokkene ter zitting heeft toegezegd dat hij nog tien dagen in de instelling zal blijven, ook als er geen zorgmachtiging is, en vervolgens zal meewerken aan ambulante behandeling.

Beslissing

De rechtbank:
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.L. Sandberg-Crommelin, rechter, bijgestaan door mr. R. van Warners als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 1 maart 2023.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 9 maart 2023.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.