Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 20 maart 2022. Tijdens de procedure heeft de staatssecretaris het asielverzoek alsnog ingewilligd bij besluit van 2 februari 2023, waarna verzoeker het beroep heeft ingetrokken.
De rechtbank beoordeelt het verzoek tot proceskostenvergoeding op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht, dat bepaalt dat bij intrekking van een beroep wegens volledige tegemoetkoming het bestuursorgaan kan worden veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
De rechtbank stelt de proceskosten vast op €418,50, gebaseerd op het Besluit proceskosten bestuursrecht, met een wegingsfactor 'licht' vanwege de beperkte aard van het beroep. De staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van dit bedrag aan verzoeker.