ECLI:NL:RBDHA:2023:3694
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit kap bomen wegens onvoldoende motivering en bevestiging wijzigingsbesluit
De rechtbank Den Haag behandelde de bestuursrechtelijke zaken SGR 21/5967 en SGR 21/6003 waarin eisers bezwaar maakten tegen besluiten van de gemeente Den Haag om 19 bomen te kappen in verband met een herinrichtingsplan en verkeersveiligheidsmaatregelen.
In een eerdere tussenuitspraak stelde de rechtbank dat het oorspronkelijke besluit (bestreden besluit I) gebreken vertoonde, omdat onvoldoende was onderbouwd waarom twee bomen uit de hoofdboomstructuur (nummer 125 en 142) en zeventien bomen in sectie 1 niet behouden konden blijven. Verweerder kreeg de gelegenheid deze gebreken te herstellen.
Verweerder liet een aanvullend boomonderzoek uitvoeren en nam een wijzigingsbesluit (bestreden besluit II) waarin de noodzaak van kap werd onderbouwd met verwijzing naar het aanvullende onderzoek en advies van de groenbeheerder. De rechtbank oordeelde dat verweerder zich op deze stukken mocht baseren en dat de kap van de bomen gerechtvaardigd was vanwege het verleggen van het fietspad en verkeersveiligheid.
De rechtbank vernietigde het oorspronkelijke besluit voor zover het de 19 bomen betrof, maar verklaarde het wijzigingsbesluit ongegrond en daarmee geldig. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierechten en proceskosten van eisers 1. De beroepen tegen het wijzigingsbesluit werden afgewezen, waardoor de kapvergunning definitief is.
Uitkomst: Het oorspronkelijke besluit tot kap van 19 bomen wordt vernietigd, het wijzigingsbesluit bevestigd en de kapvergunning toegestaan.