ECLI:NL:RBDHA:2023:3678
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in vreemdelingenzaak na niet-ontvankelijkheid bodemzaak
Verzoekster, van Oekraïense nationaliteit, had een aanvraag ingediend voor uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Dit verzoek werd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid buiten behandeling gesteld. Verzoekster maakte bezwaar tegen dit besluit en vroeg tegelijkertijd om een voorlopige voorziening.
Na het ongegrond verklaren van het bezwaar door de staatssecretaris, stelde verzoekster beroep in bij de rechtbank. De rechtbank verklaarde het beroep in de bodemzaak niet-ontvankelijk, waardoor het verzoek om een voorlopige voorziening overbodig werd.
De voorzieningenrechter besloot daarom het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep in de bodemzaak niet-ontvankelijk is verklaard.