ECLI:NL:RBDHA:2023:3652
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking beroep wegens tegemoetkoming Ziektewetuitkering
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft eiser beroep ingesteld tegen een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. Na een tussenuitspraak van de rechtbank op 20 december 2022 heeft verweerder op 25 januari 2023 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen, waarin werd vastgesteld dat eiser per 6 september 2020 recht heeft op een uitkering op grond van de Ziektewet.
Naar aanleiding van deze tegemoetkoming heeft eiser het beroep ingetrokken en verzocht om een proceskostenveroordeling van verweerder. Verweerder stemde hiermee in, mits de proceskostenvergoeding conform het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) werd vastgesteld.
De rechtbank heeft op grond van de artikelen 8:54, 8:75 en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zonder zitting uitspraak gedaan. De rechtbank oordeelde dat verweerder in de proceskosten van eiser moet worden veroordeeld, waarbij de kosten zijn vastgesteld op € 2.092,50 voor rechtsbijstand en € 49,- voor het griffierecht.
De uitspraak is op 7 maart 2023 in het openbaar gedaan door rechter N.E.M. de Coninck. Partijen zijn schriftelijk geïnformeerd over de uitspraak en er is gewezen op de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken.
Uitkomst: Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van € 2.092,50 en griffierecht van € 49,- aan eiser.