ECLI:NL:RBDHA:2023:3579
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in Dublin-procedure asielaanvraag
Verzoeker, een Nigeriaanse staatsburger, had een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Italië volgens de Dublin-verordening verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag.
Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met een andere zaak op 13 maart 2023, waarbij verzoeker en zijn gemachtigde niet verschenen. De staatssecretaris werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.
De voorzieningenrechter oordeelde dat nu in de hoofdzaak uitspraak was gedaan, een voorlopige voorziening niet langer nodig was en wees het verzoek af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen omdat in de hoofdzaak reeds uitspraak was gedaan.