ECLI:NL:RBDHA:2023:3547
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag
De zaak betreft een verzoek om een voorlopige voorziening tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om de asielaanvraag van verzoeker niet in behandeling te nemen. De grond hiervoor is dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag. Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen dit besluit en tegelijkertijd een voorlopige voorziening gevraagd.
De voorzieningenrechter heeft zonder zitting uitspraak gedaan op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Bij een gelijktijdige uitspraak in een verwante zaak is het beroep ongegrond verklaard, waardoor het verzoek om voorlopige voorziening eveneens ongegrond is verklaard en afgewezen.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter K.M. de Jager en griffier S.D.C.J. Verheezen, en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is afgewezen.