ECLI:NL:RBDHA:2023:3451
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen weigering verblijfsvergunning wegens Dublinprocedure Slowakije
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Slowakije verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening. Verweerder had Nederland een verzoek tot terugname bij Slowakije ingediend, dat werd aanvaard.
Eiser stelde dat de verlenging van de overdrachtstermijn van 18 maanden onterecht was, omdat hij tijdelijk niet in de opvang verbleef zonder dat er een overdrachtsbesluit lag. De rechtbank oordeelde dat eiser op 25 juli 2022 zonder melding de opvang verliet, waardoor verweerder mocht aannemen dat hij zich onttrok aan de autoriteiten om overdracht te voorkomen, wat onderduiken is volgens artikel 29, tweede lid, van de Dublinverordening.
Hoewel eiser aanvoerde dat Slowakije overdrachten had opgeschort, was dit niet onderbouwd met stukken. Verweerder mocht op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel uitgaan van naleving door Slowakije. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.