Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser V-nummer: [V nummer]
Procesverloop
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.674,00.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Egyptische nationaliteit dragende vreemdeling, werd op 18 februari 2023 opgehouden en op 19 februari 2023 in bewaring gesteld. De rechtbank constateert dat de ophouding 27 minuten langer duurde dan de maximaal toegestane zes uur, waardoor sprake is van een gebrek in het voortraject.
Ondanks dit gebrek weegt de rechtbank de belangen af en concludeert dat de gronden voor de maatregel van bewaring, waaronder het risico dat eiser zich aan toezicht zal onttrekken en de openbare orde, zwaar genoeg zijn om de maatregel te rechtvaardigen. Eiser betwist de gronden niet en verweerder heeft voldoende voortvarendheid getoond in het uitzettingstraject.
Eiser voerde aan dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom niet volstaan kon worden met een lichter middel en dat zijn medische klachten onvoldoende werden meegewogen. De rechtbank oordeelt dat verweerder dit adequaat heeft gemotiveerd en dat de medische zorg in detentie gelijkwaardig is aan die in de vrije maatschappij.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard, het verzoek om schadevergoeding afgewezen, maar verweerder wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiser wegens het geconstateerde gebrek in de ophouding. De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf op 1 maart 2023.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard ondanks een overschrijding van de ophoudingstermijn, met veroordeling van verweerder in de proceskosten.