Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
De eiser, van Marokkaanse nationaliteit, is sinds 10 oktober 2022 in vreemdelingenbewaring op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank toetste of sinds de eerdere uitspraak van 23 december 2022 de bewaring nog rechtmatig is.
Eiser voerde aan dat er geen zicht op uitzetting is, omdat Marokko niet meewerkt aan de aanvraag van een laissez passer en verweerder onvoldoende voortvarend optreedt. Verweerder stelde dat er regelmatig rappelleringen plaatsvinden bij de Marokkaanse autoriteiten en dat vertrekgesprekken met eiser worden gevoerd.
De rechtbank oordeelde dat het onderzoek bij de Marokkaanse autoriteiten nog loopt en dat het langdurige onderzoek op zichzelf niet doorslaggevend is. Verweerder is afhankelijk van de Marokkaanse autoriteiten en heeft voldoende inspanningen verricht. Eiser heeft zijn medewerkingsplicht niet voldoende ingevuld. Er is zicht op uitzetting en de voortzetting van de bewaring is gerechtvaardigd.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.