Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Syrische nationaliteit hebbende persoon, heeft op 3 oktober 2022 in Nederland asiel aangevraagd. Verweerder, de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, heeft het verzoek niet in behandeling genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de asielaanvraag. Dit is gebaseerd op het feit dat eiser eerder in Duitsland een verzoek om internationale bescherming heeft ingediend, bevestigd door de Duitse autoriteiten die het verzoek om terugname op grond van de Dublinverordening hebben geaccepteerd.
Eiser betwist dat hij ooit in Duitsland asiel heeft aangevraagd en voert aan dat hij in Nederland wil blijven vanwege gezinshereniging en familiebanden, met een beroep op artikel 8 EVRM Pro en artikel 17 van Pro de Dublinverordening. De rechtbank oordeelt echter dat verweerder mag vertrouwen op het interstatelijk vertrouwensbeginsel en de juistheid van Eurodac-gegevens. Het persoonlijk relaas van eiser biedt geen aanknopingspunten om aan te nemen dat Duitsland zijn verdragsverplichtingen niet nakomt.
Verder is onvoldoende onderbouwd waarom de gezinshereniging in Nederland noodzakelijk is en waarom de aanwezigheid van familieleden in Nederland bijzondere omstandigheden oplevert die een uitzondering op de Dublinverordening rechtvaardigen. De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is en wijst het af zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.