Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[verzoeker] , verzoeker V-nummer: [V nummer]
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 837,-.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen op grond van de Dublinverordening, waarbij Italië verantwoordelijk wordt gehouden voor de asielaanvraag.
Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening samen met een gerelateerde zaak op 14 februari 2023 behandeld.
Naar aanleiding van de uitspraak in de bodemzaak (zaaknummer NL23.605) is een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk en wordt het verzoek afgewezen. De voorzieningenrechter veroordeelt de verweerder wel tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op € 837,- conform het Besluit proceskosten bestuursrecht.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de Staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van € 837,- aan proceskosten.