ECLI:NL:RBDHA:2023:3227
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet toekennen dwangsom bij te late beslissing asielaanvraag
Eiser heeft op 11 december 2021 een asielaanvraag ingediend en op 15 juni 2022 verweerder in gebreke gesteld wegens het niet tijdig beslissen. Verweerder besloot op 14 september 2022 de aanvraag toe te wijzen en verleende een verblijfsvergunning. Eiser stelde beroep in tegen het niet toekennen van een dwangsom.
De rechtbank overweegt dat de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND van toepassing is, waardoor de artikelen 4:17 tot en met 4:19 van de Algemene wet bestuursrecht niet gelden voor asielaanvragen. De hoogste bestuursrechter bevestigde op 30 november 2022 dat deze wet niet in strijd is met het Unierechtelijke gelijkheidsbeginsel, effectieve rechtsbescherming en doeltreffendheidsbeginsel.
Daarom is het besluit van verweerder om geen dwangsom toe te kennen terecht. Het beroep wordt ongegrond verklaard. De uitspraak is gedaan door rechter M.J.L. van der Waals en griffier C.M. van den Berg, en kan binnen vier weken worden aangevochten bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet toekennen van een dwangsom wordt ongegrond verklaard.