ECLI:NL:RBDHA:2023:3169
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen overdracht op grond van Dublinverordening
Verzoeker, met de Syrische nationaliteit, diende op 13 juli 2022 een administratieve registratie (loopbrief) in Ter Apel in en heeft op 5 september 2022 een formele asielaanvraag ingediend. Nederland heeft op 27 oktober 2022 een terugnameverzoek ingediend bij Duitsland, dat hiermee op 31 oktober 2022 akkoord ging. De feitelijke overdracht staat gepland op 14 maart 2023.
Verzoeker betoogt dat de loopbrief gelijkgesteld moet worden aan een formele asielaanvraag, waardoor het terugnameverzoek te laat zou zijn. De voorzieningenrechter oordeelt echter dat de loopbrief geen bewijs is van een formeel verzoek om internationale bescherming en dat de termijn van twee maanden pas start bij de formele aanvraag.
De voorzieningenrechter stelt vast dat het terugnameverzoek tijdig is ingediend en dat er geen feiten zijn die zich verzetten tegen de overdracht. Gezien de jurisprudentie en de omstandigheden, waaronder capaciteitsproblemen bij de asielverwerking, wordt het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de overdracht aan Duitsland wordt afgewezen.