Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[verzoekster] , verzoekster V-nummer: [V Nummer]
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 837,-.
Rechtbank Den Haag
Verzoekster heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen met de motivering dat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling van haar asielaanvraag op grond van de Dublinverordening.
Verzoekster stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met een andere zaak (NL23.1699) op 7 februari 2023. Verzoekster was aanwezig met haar gemachtigde en tolk, terwijl verweerder werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.
De voorzieningenrechter oordeelde dat gezien de uitspraak in de bodemzaak (NL23.1699) een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was en wees het verzoek daarom af. Wel werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoekster, vastgesteld op € 837,- op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht.
De uitspraak werd gedaan door mr. B. Fijnheer en uitgesproken in het openbaar op 22 februari 2023. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en verweerder wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.