ECLI:NL:RBDHA:2023:3092

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
24 februari 2023
Publicatiedatum
13 maart 2023
Zaaknummer
NL23.3959
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59 lid 1 aanhef en onder a Vreemdelingenwet 2000
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen maatregel bewaring op grond van de Vreemdelingenwet ongegrond verklaard

Eiser, van Tunesische nationaliteit, werd op 8 februari 2023 de maatregel van bewaring opgelegd door verweerder op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde geen gronden aan de maatregel ten grondslag die onrechtmatigheid zouden aantonen en betwistte de voortvarendheid van de overdrachtsprocedure niet.

De rechtbank heeft het beroep op 20 februari 2023 behandeld, waarbij eiser werd bijgestaan door een gemachtigde en een tolk aanwezig was. Verweerder werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde. Na ambtshalve toetsing concludeerde de rechtbank dat de maatregel van bewaring tot het sluiten van het onderzoek niet onrechtmatig was.

Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd eveneens afgewezen. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd op 24 februari 2023 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL23.3959
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. J. Ruijs),
en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. J.M.M. van Gils).

Procesverloop

Bij besluit van 8 februari 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.
De rechtbank heeft het beroep op 20 februari 2023 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen S. Saaid. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiser stelt van Tunesische nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 1998.
2. Eiser heeft de gronden van de maatregel en de voortvarendheid waarmee verweerder de overdrachtsprocedure van eiser ter hand heeft genomen, niet bestreden. Ook overigens heeft eiser geen gronden aangevoerd op grond waarvan de maatregel onrechtmatig moet worden bevonden.
3. Ook met inachtneming van de ambtshalve toetsing waartoe zij gehouden is, is de rechtbank niet van oordeel dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek op enig moment onrechtmatig was.
4. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep ongegrond;
  • wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D. Verduijn, rechter, in aanwezigheid van mr. P. Bruins, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
24 februari 2023

Documentcode: [documentcode]

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.