Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Syrische asielzoeker, diende op 23 augustus 2022 een asielaanvraag in Nederland in. De staatssecretaris nam deze niet in behandeling omdat Oostenrijk verantwoordelijk is op grond van de Dublinverordening, aangezien eiser daar al eerder een verzoek om bescherming had ingediend. Oostenrijk accepteerde het verzoek tot terugname.
Eiser voerde aan dat hij medische klachten heeft die een overdracht onmogelijk maken, omdat hij in Oostenrijk geen adequate medische hulp ontving en zich onveilig voelde in de noodopvang. Daarnaast stelde hij dat zijn psychische toestand verslechterde door zorgen over zijn familie die getroffen is door aardbevingen en dat hij bij zijn halfbroer in Nederland wil verblijven. Deze familieband zou volgens eiser op grond van artikel 16 en Pro 17 van de Dublinverordening een uitzondering kunnen vormen.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende bewijs leverde voor zijn medische klachten en de afwezigheid van medische zorg in Oostenrijk. Het AIDA-rapport waarop eiser zich beroept, biedt geen concrete aanwijzingen dat Oostenrijk niet aan zijn verplichtingen voldoet voor zijn persoonlijke situatie. Ook de familieband met de halfbroer werd onvoldoende onderbouwd. De discretionaire bevoegdheid van de staatssecretaris om de aanvraag onverplicht in behandeling te nemen werd niet geactiveerd omdat geen sprake is van onevenredige hardheid.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.