ECLI:NL:RBDHA:2023:3012
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens niet aannemelijk gemaakte familierechtelijke relatie en gezinsband
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) met als doel nareis van zijn gestelde echtgenote, referente, die een verblijfsvergunning asiel heeft. De staatssecretaris heeft de aanvraag afgewezen wegens onvoldoende bewijs van het huwelijk en de feitelijke gezinsband.
De rechtbank heeft het beroep van eiser behandeld en geoordeeld dat het beroep ongegrond is. De overgelegde huwelijksakte en kerkelijke huwelijkscertificaat zijn door Bureau Documenten onderzocht en hoogstwaarschijnlijk niet echt bevonden. Eiser heeft geen contra-expertise of aanvullende documenten aangeleverd om dit te betwisten.
Daarnaast is de getuigenverklaring over het huwelijk van geringe bewijswaarde omdat deze laat en op verzoek van eiser is afgegeven. Ook de feitelijke gezinsband is niet aannemelijk gemaakt; het telefonische contact is niet gedocumenteerd en het bezoek van referente aan eiser in Oeganda zegt niets over de gezinsband op het moment van haar inreis in Nederland.
De staatssecretaris heeft een integrale beoordeling gemaakt en het voordeel van de twijfel niet gegeven vanwege contra-indicaties. De rechtbank bevestigt dit standpunt en verklaart het beroep ongegrond. Eiser krijgt geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf wordt afgewezen.