ECLI:NL:RBDHA:2023:2923
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit over weigering verblijfsvergunning en inreisverbod wegens onvoldoende motivering belangenafweging artikel 8 EVRM
Eiser, van Somalische nationaliteit, woont sinds zijn jeugd ruim dertig jaar onafgebroken in Nederland. Na eerdere afwijzingen van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning en het opleggen van een zwaar inreisverbod, stelde de rechtbank in een eerdere uitspraak dat de belangenafweging onvoldoende was gemotiveerd. Verweerder heeft vervolgens een nieuw besluit genomen waarin hij opnieuw het bezwaar van eiser ongegrond verklaarde, met als argument dat eiser nog enige banden met Somalië heeft en zich daar staande kan houden.
De rechtbank oordeelt dat deze motivering onvoldoende is en dat verweerder niet adequaat heeft onderzocht of eiser daadwerkelijk banden met Somalië heeft, noch waarom van hem verwacht mag worden dat hij zich daar kan handhaven. Tevens is onvoldoende meegewogen dat eiser getraumatiseerd is en een alcoholverslaving heeft, wat zijn terugkeer bemoeilijkt.
Daarom is het bestreden besluit in strijd met artikel 7:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht genomen. Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder opgedragen binnen acht weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.