ECLI:NL:RBDHA:2023:2885
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening bij beroep tegen weigering verblijfsvergunning medische behandeling
Verzoekster, van Kameroense nationaliteit, had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met het doel medische behandeling. Deze aanvraag werd op 4 oktober 2021 door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid afgewezen. Vervolgens verklaarde de staatssecretaris het bezwaar van verzoekster tegen deze afwijzing ongegrond in een besluit van 28 december 2021.
Verzoekster stelde beroep in tegen het bestreden besluit en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter besloot het onderzoek ter zitting achterwege te laten en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af, mede omdat op dezelfde dag in een andere zaak uitspraak werd gedaan op het beroep, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter T.A. Oudenaarden en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat op dezelfde dag uitspraak is gedaan in de hoofdzaak.