ECLI:NL:RBDHA:2023:2843
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure na uitspraak op beroep
Verzoeker, van Marokkaanse nationaliteit, diende op 13 december 2022 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Deze aanvraag werd bij besluit van 25 januari 2023 door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om voorlopige voorziening op 9 februari 2023, waarbij verzoeker en zijn gemachtigde niet aanwezig waren. Verweerder werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde. Na de zitting werd onmiddellijk uitspraak gedaan.
De voorzieningenrechter wees het verzoek om voorlopige voorziening af, omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak deed over het beroep (zaaknummer NL23.2320), waardoor een voorlopige voorziening niet meer noodzakelijk was. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank reeds op het beroep heeft beslist.