ECLI:NL:RBDHA:2023:2838
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak Dublin-Polen
Verzoekster heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen omdat Polen verantwoordelijk wordt gehouden voor de behandeling van de aanvraag op grond van het Dublin-verdrag.
Verzoekster heeft hiertegen beroep ingesteld en tegelijkertijd een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met een gerelateerde zaak op 17 januari 2023 behandeld.
De voorzieningenrechter overweegt dat nu de rechtbank gelijktijdig uitspraak heeft gedaan op het beroep in de gerelateerde zaak, de voorlopige voorziening niet langer nodig is. Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter L.A. Banga en griffier M.A.W.M. Engels op 2 februari 2023. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank gelijktijdig uitspraak heeft gedaan op het beroep.