ECLI:NL:RBDHA:2023:2833
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na prematuur ingebrekestelling asielprocedure
Verzoekster diende op 30 september 2022 beroep in tegen het niet tijdig beslissen op haar asielaanvraag van 14 november 2021. Nederland had op 9 februari 2022 een verzoek gedaan aan België om verzoekster terug te nemen op grond van de Dublinverordening, wat België op 10 februari 2022 accepteerde. Omdat verzoekster niet tijdig werd overgedragen, werd zij op 11 augustus 2022 in de Nederlandse procedure opgenomen, waarmee de beslistermijn aanving.
Verzoekster diende op 13 september 2022 een ingebrekestelling in, maar deze was prematuur omdat de beslistermijn op dat moment nog niet was verstreken. Vervolgens werd het beroep ingetrokken nadat de asielaanvraag op 24 februari 2023 werd ingewilligd. Verzoekster verzocht om vergoeding van proceskosten, maar de rechtbank oordeelde dat het verzoek niet in aanmerking komt omdat de ingebrekestelling te vroeg was ingediend.
De rechtbank wees het verzoek om proceskostenvergoeding af als kennelijk ongegrond en deed uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:54 Awb Pro. De uitspraak werd gedaan door rechter B.F.Th. de Roos en griffier W. van Loon en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het verzoek om vergoeding van proceskosten wordt afgewezen wegens prematuur ingediende ingebrekestelling.