Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], verzoeker
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
vierhonderdachttien euro en vijftig cent).
Rechtbank Den Haag
Verzoeker stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 21 maart 2022. De staatssecretaris heeft bij besluit van 28 december 2022 alsnog de asielaanvraag ingewilligd. Verzoeker trok daarop het beroep in en verzocht om vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank oordeelt dat verweerder geheel aan het beroep tegemoet is gekomen en dat het verzoek om proceskostenvergoeding kennelijk gegrond is. Op grond van artikel 8:75a Awb en het Besluit proceskosten bestuursrecht wordt verweerder veroordeeld tot betaling van €418,50 aan proceskosten.
De rechtbank motiveert de hoogte van de proceskostenvergoeding op basis van de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, waarbij een wegingsfactor 'licht' wordt toegepast vanwege de beperkte aard van het beroep, dat alleen ziet op het niet tijdig beslissen.
De uitspraak is gedaan door rechter B.F.Th. de Roos en griffier W. van Loon en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen wordt toegewezen en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van €418,50 aan proceskosten.