Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
vierhonderdachttien euro en vijftig cent).
Rechtbank Den Haag
Eiser stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen op zijn bezwaar tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf. Verweerder heeft het bezwaar bij besluit gegrond verklaard, waardoor het beroep op dat punt geen procesbelang meer heeft.
Eiser verzocht daarnaast om schadevergoeding wegens de overschrijding van de wettelijke beslistermijn en om veroordeling van verweerder in de proceskosten. Verweerder erkende de verschuldigdheid van de maximale dwangsom van €1442, maar stelde dat geen aanspraak op schadevergoeding bestond.
De rechtbank oordeelde dat het beroep niet-ontvankelijk is omdat het bezwaar gegrond is verklaard en veroordeelde verweerder in de proceskosten van eiser van €418,50, vastgesteld op basis van het Besluit proceskosten bestuursrecht en de lichte wegingsfactor wegens het beperkte onderwerp van het beroep.
De uitspraak werd gedaan door rechter B.F.Th. de Roos en griffier W. van Loon en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van €418,50.