ECLI:NL:RBDHA:2023:2780
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser, een Angolese asielzoeker, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Portugal volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling.
De rechtbank stelt vast dat Portugal een visum aan eiser heeft verleend en een verzoek tot overname door Nederland is aanvaard. Eiser betoogt dat Portugal zijn internationale verplichtingen niet nakomt, mede op basis van het AIDA-rapport 2020, en vreest indirect refoulement. Tevens wijst eiser op medische problemen van zijn tante, met wie hij samen wordt overgedragen.
De rechtbank oordeelt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat eiser onvoldoende concrete aanwijzingen heeft geleverd dat Portugal tekortschiet in de asielprocedure of opvang. Ook de medische situatie van de tante leidt niet tot een uitzondering. De hardheidsclausule uit artikel 17 Dublinverordening Pro wordt niet van toepassing geacht. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.