ECLI:NL:RBDHA:2023:2719
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens gebrek aan procesbelang en prematuriteit bij asielaanvraag
Eiser diende op 30 december 2019 een herhaalde asielaanvraag in. Na het verstrijken van de wettelijke beslistermijn stelde eiser de staatssecretaris in gebreke, maar het eerdere beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat de beslistermijn toen nog niet was verstreken.
Op 11 oktober 2022 stelde eiser de staatssecretaris opnieuw in gebreke en diende op 25 oktober 2022 een beroep in tegen het niet tijdig beslissen. De staatssecretaris had echter op 8 december 2022 de asielaanvraag ingewilligd, waardoor het procesbelang van eiser verviel.
De rechtbank oordeelt dat eiser geen recht heeft op een dwangsom vanwege de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND en dat het beroep prematuur is ingesteld omdat het binnen twee weken na ingebrekestelling werd ingediend. Hierdoor is het beroep niet-ontvankelijk verklaard en hoeft de staatssecretaris geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang en prematuriteit.