ECLI:NL:RBDHA:2023:261
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek billijke vergoeding wegens niet-omzetting arbeidsovereenkomst bepaalde tijd naar onbepaalde tijd
De zaak betreft de vraag of een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, aangegaan met de gemeente Leidschendam-Voorburg, bij goed functioneren is omgezet in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Verzoeker stelde dat hij altijd naar behoren heeft gefunctioneerd en dat de arbeidsovereenkomst daarom onbepaalde tijd is geworden. De gemeente betwistte dit en verwees naar meerdere gesprekken over ontwikkelpunten en onvoldoende functioneren.
De kantonrechter overwoog dat de gemeente een beoordelingsruimte heeft ten aanzien van het functioneren van verzoeker. Uit de stukken en gesprekken blijkt dat er meerdere malen ontwikkelpunten zijn besproken, waaronder leiderschap en samenwerking. De brief van 30 juli 2021 bevestigde een verlenging van de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, wat erop wijst dat per 1 september 2021 nog geen arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd was ontstaan.
Verzoeker kon onvoldoende concrete feiten aandragen om aan te tonen dat hij wel goed functioneerde. De kantonrechter concludeerde dat de arbeidsovereenkomst van rechtswege is geëindigd per 1 september 2022 en wees het verzoek om billijke vergoeding af. Verzoeker werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om billijke vergoeding wordt afgewezen omdat de arbeidsovereenkomst niet is omgezet in een overeenkomst voor onbepaalde tijd wegens onvoldoende functioneren.