ECLI:NL:RBDHA:2023:2593

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
3 februari 2023
Publicatiedatum
6 maart 2023
Zaaknummer
NL23.423
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening en proceskostenveroordeling in asielzaak

In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de rechtbank Den Haag op 3 februari 2023 uitspraak gedaan over een verzoek om voorlopige voorziening in een asielprocedure. Verzoeker had een asielaanvraag ingediend die door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling was genomen. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met de hoofdzaak (zaaknummer NL23.422) en oordeelde dat een voorlopige voorziening niet meer nodig was omdat de bodemzaak reeds was beslist. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.

Daarnaast veroordeelde de voorzieningenrechter de Staatssecretaris tot vergoeding van de door verzoeker gemaakte proceskosten, vastgesteld op € 837,00, conform het Besluit proceskosten bestuursrecht voor beroepsmatige rechtsbijstand.

De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter B. Fijnheer in aanwezigheid van griffier S. Westerhof. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen en de Staatssecretaris is veroordeeld tot betaling van € 837 aan proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL23.423
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker], verzoeker V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. H.J.M. Nijholt),
en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. A.R.J. Maas).

Procesverloop

In het besluit van 5 januari 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van verzoeker niet in behandeling genomen.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de zaak NL23.422, op 24 januari 2023 op zitting behandeld. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen E. Taskin. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. De rechtbank heeft vandaag uitspraak gedaan op het beroep, zaaknummer NL23.422. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Gelet op de uitkomst van de bodemzaak veroordeelt de voorzieningenrechter verweerder wel in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 837,00 (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 837,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De voorzieningenrechter:
  • wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
  • veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 837,00.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Fijnheer, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S. Westerhof, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
03 februari 2023

Documentcode: [documentcode]

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.