ECLI:NL:RBDHA:2023:2567
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening inzake omzetting verblijfscode 98 naar 32/33
Verzoekster heeft een verzoek ingediend om haar verblijfscode 98 om te zetten naar verblijfscode 32/33, dat door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen. Hiertegen is bezwaar gemaakt en een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter oordeelt dat het mogen afwachten van een verzoek om voorlopige voorziening niet gelijkstaat aan rechtmatig verblijf zoals bedoeld in artikel 8, onder h, van de Vreemdelingenwet 2000.
De rechtbank stelt vast dat het bezwaar van verzoekster geen redelijke kans van slagen heeft en dat het indienen van een eerste verzoek om voorlopige voorziening geen schorsende werking heeft. Het beleid dat het verzoek in Nederland mag worden afgewacht is niet wettelijk verankerd en kan daarom niet leiden tot rechtmatig verblijf.
Verder is de stopzetting van de bijstandsuitkering het gevolg van het besluit van 24 november 2022 en niet van een onjuiste toepassing van de verblijfscode. Verzoekster wordt verwezen naar het lopende beroep tegen dat besluit. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af als kennelijk ongegrond en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat verzoekster geen rechtmatig verblijf heeft en het bezwaar geen redelijke kans van slagen biedt.