ECLI:NL:RBDHA:2023:2520
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-in- behandelingname asielaanvraag wegens Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Roemenië verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening. Eiser betwist dat hij in Roemenië een asielverzoek heeft ingediend en stelt dat hij daar onmenselijk is behandeld en risico loopt vanwege zijn LHBTI-status.
De rechtbank stelt vast dat uit EURODAC-gegevens blijkt dat eiser op 19 september 2022 een asielaanvraag in Roemenië heeft gedaan, hetgeen in strijd is met zijn stelling. Het interstatelijk vertrouwensbeginsel leidt ertoe dat Nederland mag aannemen dat Roemenië zijn verdragsverplichtingen nakomt, tenzij eiser aannemelijk maakt dat dit niet het geval is.
Eiser heeft onvoldoende bewijs geleverd dat Roemenië zijn internationale verplichtingen niet nakomt of dat er sprake is van tekortkomingen in de asielprocedure of opvang. Ook de situatie van LHBTI’ers in Roemenië leidt niet tot schending van het vertrouwensbeginsel, omdat niet is gebleken dat de Roemeense autoriteiten eiser niet kunnen of willen beschermen.
De staatssecretaris heeft bovendien gemotiveerd waarom geen gebruik is gemaakt van de discretionaire bevoegdheid van artikel 17 Dublinverordening Pro. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard omdat Roemenië verantwoordelijk is voor de behandeling.