ECLI:NL:RBDHA:2023:2513

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
27 februari 2023
Publicatiedatum
3 maart 2023
Zaaknummer
NL22.20053
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 AwbAlgemene wet bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in verblijfsrecht zaak gemeenschapsonderdaan

Verzoeker, een gemeenschapsonderdaan, werd bij een besluit van 10 mei 2022 door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aangemerkt als niet-rechtmatig verblijvend in Nederland en kreeg de opdracht het land binnen 28 dagen te verlaten. Na bezwaar werd dit besluit op 13 september 2022 gehandhaafd, met een aangepaste vertrektermijn van een maand.

Verzoeker stelde beroep in tegen dit bestreden besluit en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter besloot het onderzoek ter zitting achterwege te laten op grond van artikel 8:83, derde lid, Awb.

De voorzieningenrechter wees het verzoek om voorlopige voorziening af, mede omdat er reeds een uitspraak was gedaan in een gerelateerde zaak (zaaknummer NL22.20052). Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de vertrektermijn blijft gehandhaafd.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL22.20053

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[Naam], verzoeker

v-nummer: [Nummer]
(gemachtigde: mr. A.M.V. Bandhoe),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 10 mei 2022 (primair besluit) heeft verweerder vastgesteld dat verzoeker geen rechtmatig verblijfsrecht heeft als gemeenschapsonderdaan en hem opgedragen om
Nederland binnen 28 dagen te verlaten.
Bij besluit van 13 september 2022 (bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van
verzoeker hiertegen ongegrond verklaard. In afwijking van het primaire besluit heeft verweerder verzoeker opgedragen om Nederland binnen een maand te verlaten.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De voorzieningenrechter heeft ten aanzien van het verzoek om voorlopige voorziening
bepaald dat het onderzoek ter zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Awb [1]
achterwege blijft.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van 27 januari 2023, zaaknummer NL22.20052, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F.I. Sinack, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr.S.C. Spruijt, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde
publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Algemene wet bestuursrecht.