Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[verzoeker] , verzoeker V-nummer: [V-nummer]
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 1.674,-.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker heeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, die door verweerder niet in behandeling is genomen omdat Italië verantwoordelijk wordt geacht voor de behandeling van de aanvraag. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om voorlopige voorziening samen met een gerelateerde zaak op 19 januari 2023. Naar aanleiding van de uitspraak in de bodemzaak werd geoordeeld dat een voorlopige voorziening niet langer nodig was, waardoor het verzoek werd afgewezen.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot het betalen van de proceskosten die verzoeker heeft gemaakt, vastgesteld op € 1.674,-, gebaseerd op het Besluit proceskosten bestuursrecht. Omdat verzoeker een toevoeging had, dient verweerder deze kosten aan de rechtsbijstandverlener te vergoeden. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en verweerder wordt veroordeeld tot betaling van € 1.674,- aan proceskosten.