Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[verzoeker] , verzoeker V-nummer: [V-nummer]
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
- veroordeelt de staatssecretaris in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van
Rechtbank Den Haag
Verzoeker, van Eritrese nationaliteit, had een aanvraag tot een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend die door de staatssecretaris op 21 december 2022 werd afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om voorlopige voorziening samen met de bodemzaak op 19 januari 2023. Gezien de uitspraak in de bodemzaak was een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk, waardoor het verzoek werd afgewezen.
De voorzieningenrechter veroordeelde de staatssecretaris op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht tot betaling van proceskosten aan verzoeker, vastgesteld op € 837,00 voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd op 27 januari 2023 in het openbaar uitgesproken en tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van € 837,00 aan proceskosten.