ECLI:NL:RBDHA:2023:2371
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen terugkeerbesluit wegens onrechtmatig verblijf en onjuistheden in besluit
Eiser, van Marokkaanse nationaliteit, werd geconfronteerd met een terugkeerbesluit op grond van artikel 62 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, omdat hij geen rechtmatig verblijf had in Nederland. Hij betwistte het besluit onder meer vanwege zijn psychische problematiek en onjuistheden in het besluit, zoals een foutieve geboortedatum en onjuiste datum van een politieartsrapport.
De rechtbank stelde vast dat eiser ten tijde van het terugkeerbesluit geen rechtmatig verblijf had, waardoor het besluit terecht was uitgevaardigd. De stelling dat Marokko niet meewerkt aan het verstrekken van reisdocumenten was niet relevant voor de beoordeling van het terugkeerbesluit. Ook de medische problematiek was onvoldoende onderbouwd om het besluit aan te tasten.
Daarnaast werd het beroep tegen de inbewaringstelling en de vordering tot schadevergoeding afgewezen, omdat er geen bewaringsmaatregel was opgelegd en de vrijheidsbeneming binnen de wettelijke termijn was beëindigd. Hoewel er sprake was van een gebrek in het besluit door onjuiste gegevens, werd dit gebrek gepasseerd omdat eiser niet in zijn belangen was geschaad.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit wordt ongegrond verklaard ondanks onjuistheden in het besluit.