ECLI:NL:RBDHA:2023:2369
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake verblijfsvergunning zelfstandige
Verzoekster heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning voor arbeid als zelfstandige, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 13 mei 2022 is afgewezen. Verzoekster maakte bezwaar tegen dit besluit, dat op 21 juli 2022 ongegrond werd verklaard. Vervolgens verzocht zij de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter constateert dat tegen de beslissing op bezwaar geen beroep is ingesteld, hetgeen door de gemachtigde van verzoekster schriftelijk is bevestigd. Hierdoor wordt niet voldaan aan het connexiteitsvereiste zoals opgenomen in artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Daarom verklaart de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroep tegen de beslissing op bezwaar.