ECLI:NL:RBDHA:2023:22217
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren bewaring vreemdeling en zicht op uitzetting binnen redelijke termijn
Eiser is sinds 25 maart 2023 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank heeft eerder geoordeeld dat de bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek rechtmatig was. Het huidige geschil betreft de rechtmatigheid van het voortduren van deze maatregel sinds dat moment.
Eiser stelt dat het zicht op uitzetting ontbreekt omdat hij niet meewerkt aan presentaties bij de Nigeriaanse autoriteiten en verweerder onvoldoende inspanningen levert om zijn uitzetting te effectueren. De rechtbank overweegt dat eiser zijn medewerkingsplicht niet nakomt en dat verweerder meerdere malen contact heeft gezocht met de Nigeriaanse autoriteiten en vertrekgesprekken met eiser heeft gevoerd.
Hoewel de detentie inmiddels ruim vijf maanden duurt, acht de rechtbank het voortduren van de maatregel nog niet onevenredig bezwarend. Wel waarschuwt de rechtbank dat het enkel inzetten op presentaties bij de ambassade en vertrekgesprekken mogelijk onvoldoende is en beveelt zij aan om ook een presentatie in het detentiecentrum te onderzoeken.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortdurende bewaring wordt ongegrond verklaard.