ECLI:NL:RBDHA:2023:22146
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverantwoordelijkheid Zweden
Eiser, van Syrische nationaliteit, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. Dit omdat Zweden volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielaanvraag.
Eiser betoogt dat het interstatelijke vertrouwensbeginsel niet van toepassing is op Zweden en vreest indirect refoulement bij overdracht. Hij wijst op het einde van zijn Zweedse verblijfsvergunning en het ontbreken van verlengingsmogelijkheden vanwege het beëindigen van zijn huwelijksrelatie. Tevens beroept hij zich op het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 30 november 2023.
De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Zweden zijn internationale verplichtingen niet naleeft of dat hij een reëel risico loopt op schending van artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 van Pro het Handvest. Het interstatelijke vertrouwensbeginsel is van toepassing en Zweden is verantwoordelijk volgens artikel 12 Dublinverordening Pro. Het beroep wordt daarom kennelijk ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Proceskosten worden niet toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.